Suite Rio de Janeiro

Suite voor piano en orkest
“Rio de Janeiro”
Fusão
Noite
Marcha do povo
Nesta rua - Samba
Eliane Rodrigues

Orkest der Lage Landen
dir. Walter Proost
klav. Eliane Rodrigues

Gehoord te Zwolle
2 november 2008
Hubert Couteau

Een creatie, die haar wereldpremière beleefde op 9 augustus 2000 te Saas-Fee (Zwitserland) en sindsdien niet meer werd uitgevoerd.Toen heette dit opus 8 “Concierto no. 1”, met als ondertitel simfonische impressies voor piano en orkest. Thans is het een suite. Voor mij is het nog het een nog het ander. Ik zou het een Thema noemen. En het Thema is dan: Verdriet. Zelden heb ik zo veel verdriet gevoeld als in dit werk. Een verdriet waar de componiste niet uitgeraakt, dat telkens weer terug komt, haar blijft domineren. En... waar zij uit wil, zij wil leven, blij zijn, verdriet ergens een plaats geven tussen alle andere emoties. Maar het lukt haar niet. Zij zoekt dan een uitweg in de muziek en hulp bij de muzikanten. Zij smeekt om hulp, vraagt om begrip en wordt woedend bij het ontmoeten van onbegrip. Maar ook zij kunnen geen soelaas brengen en kunnen enkel verscheurde klanken aanbieden.

Vertwijfeld bladerde ik door het programma en vond in de laatste beweging een samba. Waarschijnlijk zou die een oplossing brengen, dacht ik. Maar nee. Energiek en met volle moed wordt de samba geïntroduceerd, maar stokt, blijft hangen, geraakt niet echt op dreef. Eliane smeekt nogmaals elk instrument haar te helpen. Zonder succes. Na de laatste tonen van deze compositie, blijft de toehoorder verweesd achter, plat geslagen door emoties, sprakeloos.

Maar deze suite is grote kunst. Mijn hele leven vraag ik me af waarom ik niet ben als alle anderen. Waarom ik steeds weer naar die kunst gedreven wordt. Wat is dat eigenlijk: Kunst. En voor me zelf heb ik een paar definities opgevangen, bijgeschaafd of misschien klakkeloos overgenomen. Maar voor mij zijn ze wel essentieel. Kunst is: Het zichtbaar maken van het onzichtbare - Het bespreekbaar maken van het onuitsprekelijke. En dan behoort deze suite tot de allergrootste kunst.

Eliane deelde voor de aanvang van het concert mee, dat zij die opus 8 geschreven heeft ter herinnering aan de dood van haar broer, nu reeds een tijdje geleden en nog steeds niet ten volle verwerkt. 
Wij willen het ook nog even hebben over de stijl van dit werk, over de vorm spraken we al. Het werk is verrassend hedendaags, modern, a-tonaal, vol dissonanten, tegen elkaar schurende instrumenten en klankkleuren, sociaal: elk instrument krijgt zijn moment en de piano is niet meer dan een instrument in het geheel, daarom verandere het werk ook terecht van een concerto in een suite voor piano en orkest of voor orkest met piano. Het meeste nog leunt het qua opzet aan bij de dodecafonisten. De piano stelt een notenreeks voor. Voor mij is dit geen thema of een leitmotiv, het is het neerzetten van een klankkleur, waarbij vooral ook de stiltes een enorme belangrijke betekenis krijgen, zoals trouwens doorheen het ganse werk. Eliane durft de stilte spelen.

Ik las dat iemand dit werk vergeleek met “Le bœuf sur le Toit”, hij dacht ook aan Berio, Stockhausen, aan Pierre Boulez, Chick Corea, Mozart, Richard Strauss, Phillip Glass en Steve Reich. Ik prijs me gelukkig dat ik geen enkele van deze mensen ken en daardoor ook niet gestoord werd tijdens het concert met hieraan te denken. Het werk van Eliane valt met niets te vergelijken en dat alleen al is uniek. Het zijn haar impressies van al de muziek die zij ooit in haar leven gehoord heeft en die zij samengedrukt heeft in haar symfonische impressie. Een vuurwerk dat uiteenspat in klanken. Als ik dan toch al aan iets dacht, tijdens de beluistering was dat aan de Schilderijententoonstelling van Moessorgski, maar vraag me niet waarom. Ik dacht daar gewoon aan. Ik wandelde langs een tentoonstelling van emoties.

Het orkest onder de leiding van Walter Proost, diende de compositie op doorleefde wijze. Walter heeft hier een zeer goed orkest, waarin elke sectie apart samenkomt tot een prachtige evenwichtige balans. Zeer goede afzonderlijke instrumentalisten (denk maar aan de man met de trom), die geen enkel moment het individu hoger stellen dan het instrument waarvan zij deel uitmaken, namelijk het symfonisch orkest. Met een chef die zijn geestdrift nooit wegsteekt en zich ten volle geeft voor de expressie van de collectieve allerindividueelste emotie.

Hubert Couteau
Cultuurprogrammator