Stefan Grondelaers

Eliane Rodrigues dirigeert 17 augustus

Het mondaine Saas Fee is het einde van de wereld, gevangen in een amfitheater van gletsjers en vierduizenders. Waar auto's niet verder mogen, geraakt wel nog Música Romântica, het festival van de Belgische pianovirtuoze Eliane Rodrigues. En het Lithuanian National Symphony Orchestra, dat gesticht werd in 1940 en kan bogen op een geweldige staat van dienst (met een waslijst aan gastdirecties door giganten als Kurt Masur of Christophe Eschenbach).

Tijdens de repetitie van het eerste concert valt de eerbiedwaardigheid van het orkest vooral op in de ernst waarmee de repetitie wordt aangepakt. De zomers uitgedoste Litouwers verkeren in vakantiestemming, maar dat is alleen tijdens de pauzes het geval: op het podium heersen speelplezier, arbeidsethos, en uiterste concentratie. Chef-dirigent Modestas Pitrénas retoucheert ontspannen en efficiënt.

Het maandagavondconcert illustreert de voornaamste troef van Música Romântica: de originele programma's die de hits niet schuwen (zie het volgende concert) maar ook de onterecht vergeten uithoeken van de muziekgeschiedenis tonen. Er wordt afgetrapt met eerherstel voor Liszt, die als pianovirtuoos de geschiedenis is ingegaan, maar eigenlijk vooral de uitvinder was van de programmamuziek: zijn Fantasie op thema's van Beethovens Die Ruinen von Athen is een veel te weinig gespeelde parel. Net zo programmatisch is In the Forest van de Litouwse componist Mikalojus Čiurlionis, die een even beroemd schilder als boeiend componist was, en die kleur kon horen en klank kon zien. Het orkest speelt mals en beeldend, en de concentratie en intensiteit die bij de repetitie al opvielen maken van het concert een belevenis.

Nogal wat werken op het programma belichamen aspecten van festivalster Eliane Rodrigues, die op Musica Romântica zowel gastvrouw, pianiste, vertelster, bezweerder, en "verleidster" is. Ravels concertrapsodie Tzigane is Eliane ten voeten uit, al is de solo viool voor een andere "zigeunerin": de Russische Tatiana Samouil valt de fijne uitdaging te beurt om in de huid te kruipen van Jelly D'Aranyi, aan wie Ravel zijn "diabolisch lastige stuk" had opgedragen "dat het Hongarije van mijn dromen zal doen herleven". Meer nog dan op Ravels tzigane lijkt Eiane op Stravinsky's Petruschka, de ondeugende lappenpop die vanop de piano het orkest blijft uitdagen maar uiteindelijk bezwijkt. Maar niet voordat ze haar collega muzikanten en het publiek de gordijnen heeft ingejaagd met uiterst accuraat maar koortsig zinderend spel. Grootse avond.

Op woensdagavond nemen de Russen het podium over, althans voor wat het programma (Tsjaikovski & Rachmaninov) en de dirigent Yuri Serov betreft. Er worden drie klassiekers geserveerd die zo diep in ons muzikale DNA verankerd zitten dat vrijwel geen enkele organisator nog de moeite neemt ze ook echt te programmeren. Musica Romântica gelukkig wel. Eerst is er Tsjaikovski's aangrijpende gevoelsromantiek met de balletsuite van het Zwanenmeer en het Capriccio Italien, een subliem aan elkaar gelaste collage van Romeinse indrukken en inspiraties die de componist registreerde tijdens zijn Italiaanse verblijf in 1879. Het orkest gaat de hartverwarmende mix van kitsch en grote gevoelens (alles tussen extase tot depressie) met kracht en smaak te lijf, en slaagt er wonderwel in het geheel aan de juiste kant van de goede-smaakgrens te houden.
Na de pauze is het de beurt aan Eliane, die het gevecht aangaat met één van de grootste uitdagingen uit de moderne concertliteratuur, Rachmaninovs Pianoconcerto nr. 2. Rachmaninov had in 1900 hypnose nodig om dit imposante concerto onder zijn writer's block en depressie uit te trekken, en het resultaat is dan ook een opus van extremen: gigantisch maar intiem, theatraal en pompeus, maar ook lyrisch en sensitief. Rachmaninov gebruikt een giga-orkest, maar orkestreert kamermuzikaal en intiem. Eliane combineert in haar frêle persoon de technische beheersing, de poëzie en de grote gebaren die nodig zijn om deze tour de force geloofwaardig op de planken te krijgen. Het publiek krijgt de kans van repertoire te genieten dat qua grandeur nauwelijks onderdoet voor de vierduizenders die na afloop fonkelen in het maanlicht.

Op vrijdagavond is de kerk van Saas Fee naast theater ook bioscoop, voor het slotconcert dat volledig aan filmmuziek is gewijd. Geboren als welluidende neutralisering van het onaangename lawaai dat projectoren aanvankelijk maakten, is filmmuziek intussen tot een volwaardige partner op het witte doek uitgegroeid.
Maandagavond was al tot uiting gekomen hoe beeldend het Lithuanian National Symphony Orchestra de verhalen verklankt die de programmamuziek van Liszt en Ciurlonis aandrijven. Dat is bij het slotconcert niet anders, en mede dankzij de strakke sturing van Eliane - die naast briljant pianiste ook een gedreven dirigent is - worden de Pink Panther, Charlie Chaplin en Harry Potter zinderend tot leven gewekt.
Maar Eliane zou Eliane niet zijn als er tijdens het slotconcert niet ook nog een solo krachttoer vanaf kon. The Pianist vertelt het verhaal van de Pools-Joodse pianist Wladyslaw Szpilman die tijdens de tweede wereldoorlog aan deportatie kon ontsnappen, maar uiteindelijk moest onderduiken. Als het einde van de oorlog nog maar een kwestie van dagen is wordt Szpilman door de Duitse officier Wilm Hosenfeld ontdekt. Maar Szpilman kan de muziekminnende Hosenfeld overtuigen zijn leven te sparen met een aanvankelijke schuchtere maar alsmaar triomfantelijker klinkende eerste Ballade van Chopin. Eliane redt onze avond met diezelfde ballade, die ze breekbaar, ogenschijnlijk incoherent, maar gevoelvol en adembenemend intens brengt. Elianes spel doet ons niet alleen inzien waarom Chopin's muziek en Szpilmans vertolking (even) sterker waren dan de nazi-ideologie van haat en vernietiging: het doet ons reikhalzend uitkijken naar een volgende zomer van muziek en virtuositeit in het fraaiste concertdecor ooit.

Stefan Grondelaers - Radio Klara - Radboud University Nijmegen/NL