Saas-Fee Música Romântica 7 Aug 05 - Yuri Serov - Prof St. Petersburg Conservatory

CD met de highlights van Música Romântica 2005 - Zie Shop

Música Romântica 2005

Yuri Serov
Prof St Petersburg Conservatorium

Er is iets magisch, ongerept, en onvergetelijk in de muziekklanken ginds boven in de bergen, bij de stilte van de eeuwigheid.

Maar natuurlijk wordt de essentie van die magie uitgestraald door de muzikanten die de helden en de sterren van het festival zijn.

Peinzend over mijn grootste muzikale emoties in het 2005-Festival, die zijn beslist het Chopin-recital van Eliane Rodrigues (7 aug), het concerto voor strijkers, piano en trompet van Shostakovich (Zermatt 5 aug), Weber's klarinet concerto (Vlad Weverbergh), de Symphonie Fantastique van Berlioz (15 aug), uitgevoerd door de Philharmonie St. Petersburg en Alexander Dmitriev, het Divertimento van Mozart (Eliane Rodrigues en de Philharmonie St. Petersburg - 17 aug), Rachmaninoff's pianoconcerto en Stravinsky's Petrushka op de laatste dag van het Festival (Eliane Rodrigues, Alexander Dmitriev en de Philharmonie van St. Petersburg - 19 aug).

Het was niet de eerste keer dat ik Chopin's tweede en derde sonate hoorde door Eliane (inbegrepen haar fantastisch recital in de Grote Hall van de Philharmonie St. Petersburg in juni ll.), en telkens ben ik verwonderd ze te horen als nieuwe muziek. Hoe denkt zij om zichzelf niet te herhalen? Wat is haar geheim om telkens nieuwe kleuren en details te vinden in een verhaal dat we denken te kennen vanaf de kindertijd? Waar halen deze fragiele handen zoveel kracht en zoveel tragische intonaties, zoveel charme en souplesse in de onsterflijke Chopin-zinnen? Natuurlijk, de antwoorden op deze vragen schijnen evident - het is talent en artistieke smaak en intuïtie. Maar het is in ieder geval verheugend om getuige en betrokken acteur te worden in een verbazende uitstekende muzikale uitvoering die Eliane Rodrigues ons geeft telkens ze Chopin speelt.

Het was moeilijk mij voor te stellen dat iemand het pianoconcerto van Shostakovich kan spelen èn dirigeren (het is een grote uitdaging voor een pianist en het is ook een werkelijke taak voor een dirigent), maar Eliane Rodrigues verlegde mijn inschattingsgrens over de capaciteiten van een muzikant. Het concert in Zermatt was absoluut foutloos, de compositie van een jonge Shostakovich, vol bittere ironie en een rare mengeling van stijl en stemming, in zijn essentie een virtuoos werk, zeer spectaculair liet het talrijke publiek niet onberoerd: een lang en gemeend applaus volgde. Tevens moet de krachtige en mooie trompetklank van Anatoly Cherkun aangestipt worden.

De jonge buitengewone klarinettist Vlad Weverbergh besloot Weber's tweede in plaats van eerste concerto te spelen (misschien een beetje teveel gespeeld). Het scheen me bij de repetitie dat het tweede, grotendeels gemaakt volgens het schema van het eerste, minder interessant was en dat zelfs de grote componisten niet altijd voldoende diamanten hadden om over al hun werken te verspreiden. De avonduitvoering voor publiek veegde al mijn twijfels weg. Eerst en vooral omdat het concerto gespeeld werd met inspiratie, virtuositeit en vrijheid. Het langzame deel, Romanza, dompelde het publiek in een zachte cantilena die ons tot de bezinning bracht waarom wij de voorbije romantische periode zo lief hebben.

Het Divertimento KV 136 van Mozart, is één van de populairste werken van de grote Wener. De strijkers van het St. Petersburg Philharmonisch Orkest met dirigent Eliane Rodrigues bewezen dat de titel wel verdiend was. Een minimum binnendringen in de uitstekende textuur van de partituur, een warme toon, een maximale vurigheid en klare lijnen, zeer beweeglijke tempi, en plezier in de echte opbouw van muziek maken - dat waren de componenten voor een evident succes bij het publiek, het antwoord op een schitterende Mozart uitvoering.

De Symphonie Fantastique van Berlioz is een hoeksteen van 's werelds symphonisch repertorium. Zij geeft dirigent en orkest de kans het beste van zichzelf te geven, en de Philharmonie van St. Petersburg en Alexander Dmitriev grepen de mogelijkheid voluit. Het was artistiek werk, buitengewoon in elk facet, met een perfect klare en grafisch fijn gesneden vorm (wat een topprioriteit is in een zo complexe en lange symphonie), met uitgebalanceerde klankgroepen, levendig voorgestelde solo's en krachtige tutti met fantastische kleuren. Het orkest scheen een verbazend harmonisch muzikaal uurwerk dat de "episode from the Life of an Artist" schitterend en geïnspireerd uitvoerde.

Dit was de derde Música Romântica voor de muzikanten van de Philharmonie St. Petersburg. De muzikanten zijn gek op de concertreis naar Saas-Fee, ze combineren hard artistiek werk met bergwandelingen, voetbal en rustige etentjes in uitstekende zwitserse restaurants. Het is prettig te noteren dat het orkest elk jaar een echte edelsteen van het festival is; ze tonen de beste realisaties van de russische orkestscholen in de Alpen. In het slotconcert (19 aug) gaven ze een virtuoze interpretatie van Stravinsky's beroemde Petrushka en een heerlijke charmante uitvoering van het eerste pianoconcerto van Sergei Rachmaninoff (met Eliane Rodrigues). Dit opus wordt minder frequent ten tonele gebracht dan de andere concertos van het russische genie; het was dan ook aangenaam, voor diegenen waarvoor het de eerste maal was, direct één van de beste interpretaties te kunnen horen.

Een ander belangrijk punt van dit festival was de uitnodiging van enkele opmerkelijke jonge solisten. Ik spreek over de reeds vernoemde Vlad Weverbergh, en over celliste Marie Hallynck die Edward Elgar's epische concerto met verfijning, diepte, wijsheid en schoonheid vertolkte (12 aug) en Sophia Jaffé die ons verbaasde met haar schitterend temperament en intense virtuositeit in het vioolconcerto van Camille Saint-Saëns (15 aug); en Jeroen van der Wel, inderdaad zeer jong, gedurfd, briljant en volledig natuurlijk in Ravel's viool sonate (14 aug). Alle vier hebben ze zonder twijfel grote artistieke vooruitzichten en het is prettig dat hun optreden bij Música Romântica een nieuwe belangrijke mijlpaal voor hen kan betekenen.

Ik moet ook de jonge Duitse dirigent Sebastian Tewinkel loven die zijn uitdagend 'movie soundtrack'- programma uitvoerde op het hoogste professionele niveau (10 aug). Het orkest van St. Petersburg volgde hem met zichtbaar plezier. (Het idee van zo'n "licht" programma was zeker een succes voor de producers van het festival). Ik wenste dat U de gelukkige schitteroogjes van publiek en uitvoerders kon zien na het concert.

Andere indrukwekkende herinneringen zijn de schitterende uitvoering van de grillige en capricieuze Burleske, de Rosenkavalier van Richard Strauss (Eliane Rodrigues en de Philharmonie van St. Petersburg - 8 aug), de elegante en trillende Simple Symphony van Benjamin Britten en de adembenemende mars Pomp and Circumstance van Edward Elgar (Eliane Rodrigues, dirigent, en St. Petersburg Philharmonie (12 aug). Een opvallend event was het concert met de Unvollendete van Schubert en walsen van Johann Strauss Jr. (Eliane Rodrigues Dirigent, St. Petersburg Philharmonie - 17 aug).

Een bijzonder interessante ontdekking voor mij was Rian de Waal, buitengewoon Nederlands ensemble-pianist in het kamerconcert (14 aug). Bijzonder gesmaakt waren Leopold Godowsky's lyrische piano arrangementen op composities van Jean-Philippe Rameau. De levendige uitvoering van Gabriel Fauré's betoverende piano quartet door Rian de Waal samen met het Stravinsky Quartet blijft ook in ons geheugen zitten.

Tenslotte herhaal ik wat reeds dikwijls over het Saas-Fee Festival gezegd is: een gevoel van betrokkenheid bij iedere verklanking op het podium, een feestelijk en uitgelaten gevoel is het hele festival aanwezig. Men kan niet berekenen welke componenten de grootste input gaven - de verlokkelijke onvergelijkbare natuur van Saas-Fee, een hemel op aarde, of de muzikale impressies, briljant en verscheiden, of de perfecte vlekkeloze organisatie van het Festival (dat zeker apart zou mogen beklemtoond worden). Indien muziek lang in de harten blijft na het concert, en dat is haar belangrijkste opgave - om te verwonderen, te verzachten, te versterken, voldoening te geven en te verleiden - dan mag de primaire taak of de hoogste opdracht van zo'n Festival als geslaagd beschouwd worden.

Beste vrienden, ik zie jullie terug in Saas-Fee met Música Romântica!

 

Karel Nijs - Producer VRT - Radio Klara

Al zes keer mocht ik het festival Música Romântica meebeleven, telkens één week van de twee. En echt, dit festival groeit gestaag in kwaliteit. Tijdens deze 8e editie waren er véél momenten met heel grote klasse. Toch is de sfeer in Saas-Fee nooit of nergens pretentieus of ‘elitair' in de lelijke zin van het woord. De eenvoudige, open structuur van de kerk speelt daarin een rol, en haar toegankelijkheid ook, vlakbij de centrale wandelstraat van het bergdorp... dat stilaan de allure krijgt van een stadje. De vakantiestemming ook, met toeristen van allerlei landen en pluimage die flaneren tussen bergtoppen, bossen, sportterreinen, eethuisjes, marmotten...

Hoe dikwijls zie je niet tijdens de open repetities van Música Romântica dat toevallige passanten het geluid opvangen en een kijkje gaan nemen, in de kerk wat muziek en sfeer gaan snuiven, en dan ook wel besluiten 's avonds een volledig concert mee te pikken. Er zitten bij het publiek gepassioneerde melomanen, zeker, en een mooie kern van habituees, maar ook zeer veel mensen die het een buitenkans vinden ‘per toeval' een avond klassieke muziek te genieten. En velen van hen keren graag terug... Die sfeer van open, ongecompliceerde verwachting voèl je tijdens de concerten. Niet alleen bij de toeristen, maar ook bij de vele mensen uit Saas-Fee zelf, die echt wel beseffen dat ze in hun toch wel afgelegen streek een uitzonderlijk rijk muzikaal feest kunnen genieten.

De programmatie van het festival is ‘romantisch' in de brede zin van het woord. Muziek die tot het hart spreekt, uit vele stijlperiodes, met een mooie mix van bekende en minder bekende klassiekers. Dat evenwicht heeft me tijdens de 8e editie bijzonder bekoord, en de festivalgangers weten intussen dat het in Saas-Fee niet gaat om een allegaartje van alléén maar klassieke schlagers en hits. Die zitten er ook bij, gelukkig, en het doet deugd de Symphonie Fantastique van Berlioz of de Unvollendete van Schubert eens live te horen. Maar de festivaldirectie weet daar op een sierlijke manier allerlei ontdekkingen aan toe te voegen, zowel in de symfonische concertavonden als tijdens de kamermuziek- en solorecitals. Met evenveel zorg wordt gedacht aan de totaalbeleving van één avond: spannende, ontroerende en zelfs tragische bladzijden liggen mooi verweven in een eb en vloed van ontspannende en opwekkende muziek. Bovendien weet het festival telkens boeiende en integere musici aan te trekken.

De Belgische celliste Marie Hallynck is zo iemand. In het celloconcerto dat Edward Elgar schreef in 1919 liet zij een heel nobele aanpak horen: het elegisch karakter van de muziek (o.m. in het sublieme Adagio moderato) liet ze innig en teder klinken, met een schitterende beheersing van de emotionele rijkdom, maar vér verwijderd van larmoyante overdrijvingen die je af en toe wel op cd hoort... Hallynck laat in de vinnige hoekdelen de hartstocht doorklinken maar nergens ruw of rauw "in" de snaren: altijd blijft het zingen, met een frisse toon en subtiele kleuren. Het is een heel rapsodisch opgebouwd concerto, en Eliane Rodrigues bouwde met het St. Petersburg Filharmonisch Orkest een spannend verhaal op, speelde nauwgezet in op de spankracht van de soliste, wist de soms massieve orkestpartij mooi te doseren. Opvallend ook hoe zij beiden de muziek laten vloeien en stuwen: natuurlijk ademend, deinend tussen lyrische rust en krachtige onrust. Een bijzonder mooie Elgar!
De Simple Symphony (1934) van Benjamin Britten mag dan wel eenvoudig klinken, voor de strijkersgroep van een orkest blijft het een uitdaging die jeugdige partituur fris en puntig te laten klinken in de dansende passages, en genuanceerd gevoelig in de Sentimental Sarabande. Wat opvalt bij de dirigeerstijl van Eliane Rodrigues, dit jaar steeds meer, is haar grote aandacht voor vloeiende horizontale lijnen: de muziek heeft bij haar altijd richting, doel. Van bij de eerste maten tot het eind. Geen artificiële effecten onderweg, geen uitgesponnen pauzes om ‘suspens' mee te wekken. Je zal haar ook niet zien "inzoomen" op kleine orkestrale details ten koste van de grote bogen. Nee, het gaat altijd vooruit, wil ergens naartoe, ritmisch alert en helder, en vooral ook zwierig, zingend, in brede deining of dansende vaart.

Die kwaliteit kwam ook ten goede aan "Jupiter, The Bringer of Jollity" uit de suite The Planets van Gustav Holst, terwijl het bij "Venus, The Bringer of Peace" misschien net iets te ademloos werd. Of anders gezegd: ik heb dat deel dikwijls in een wat trager tempo en dromeriger sfeer gehoord, waarbij de ‘verticale' spankracht van Holsts harmonieën meer reliëf krijgen. In de fameuze eerste Mars "Pomp and Circumstance" van Elgar, was het dan wel weer raak: stoer en uitbundig in de hoekdelen, en de hymne "Land of Hope and Glory" warmbloedig en opwindend. Voor het Russische orkest was het overigens de éérste keer dat ze die mars te spelen kregen... Ook voor hen was er bij Música Romântica nog veel te ontdekken, en men kan moeilijk overschatten hoeveel werk ze maakten van de vele onbekende partituren die ze moesten instuderen.

Bij het aan Frankrijk gewijde kamermuziekconcert bijvoorbeeld, bleek voor de leden van het Stravinsky-Quartet het tweede pianokwartet (1886) van Gabriël Fauré òòk nieuw. De partituur is in het Conservatorium van St. Petersburg zelfs (nog) niet te vinden. Een heerlijke brok kamermuziek nochtans, met wervelende melodieën en stoutmoedige modulaties, soms ruig, dan weer smachtend, of speels en krachtig in het Allegro molto. De Nederlandse pianist Rian de Waal is een rasmuzikant, en weet een parelend toucher in de rechterhand te combineren met een stevig stuwende sonore baspartij. De symbiose met de drie strijkers knap uitgewerkt, en - als ik nog iemand mag noemen - wat een betoverend altviolist is Daniil Meerovich!

Deze Franse avond was bijzonder mooi opgebouwd. Fauré was de bekroning; in het eerste deel begon Rian de Waal met enkele zelden gehoorde Rameau-transcripties van Leopold Godowsky. Zijn inventieve hommages aan de barokmuziek dateren uit de jaren 1920: wonderlijke bewerkingen voor piano van oude "Pièces de clavecin". Leuk die amper bekende weelderige parafrases (zoals de Elégie) te mogen ontdekken. Ze vormden trouwens een mooie link naar de twee sonates die volgden, want zowel Debussy als Ravel wilden die transparante helderheid van hun Franse voorvaderen heroveren en integreren in hun moderne toonspraak. De cellosonate (1915) van Claude Debussy kreeg een hartstochtelijke en toch ingehouden vertolking van cellist Sergei Pechatin en Rian de Waal: kleurrijk samenspel in de weemoedige Prologue, een hemels spectrum aan nuances en schakeringen, en dan is een uitschuiver bij de cello wel te vergeven. Live is live, en dat maakt een concert telkens zo bijzonder. In de vioolsonate (1927) van Maurice Ravel kregen we de 17-jarige Nederlandse violist Jeroen van der Wel te horen. Met nog wat aarzeling in het openingsdeel Allegretto, maar wat een mooie zingende toonvorming en een elegante muzikaliteit! Geen opzichtige demonstratie van violistiek vakmanschap, maar een zeer verinnerlijkt en integer musiceren. De sonate van Ravel werd slank en lenig vertolkt, de Blues krachtig maar niet karikaturaal, en met Rian de Waal als partner gewoon een feest van speelvreugde. Kamermuziek van zeer hoog gehalte.

Nog eens Frankrijk dan, met het St. Petersburg Filharmonisch Orkest onder leiding van Alexander Dmitriev. Een delicate vertolking van de Pavane pour une infante défunte van Ravel. Geen slepend langoureuze benadering, maar stijlvol, soepel, ‘en dansant'. Opvallend hoe dit orkest, vergeleken met enkele jaren geleden, aan ‘vrijheid' heeft gewonnen in z'n manier van musiceren. Het is een gedisciplineerde formatie, nog altijd, maar de bezieling is gegroeid, en de manier waarop individuele muzikanten hun solo's inbrengen is levendig, enthousiast, en met oor voor het geheel van de muzikale stroom. Dat werd vooral duidelijk, héél overtuigend, bij de Symfonie Fantastique van Hector Berlioz. Alexander Dmitriev vertrouwt zijn muzikanten, biedt als dirigent een helder kader, en laat het orkest dan ontketenen wat de muziek te zeggen heeft. Héél knap vond ik de bijna Beethoveniaanse benadering van deze symfonie: ze dateert tenslotte van 1830, en wordt dikwijls overspoeld door een laat-romantische saus. Hier dus niet: een ‘Scène aux champs' die de lichte kleuren van de Pastorale toelaat, een beminnelijk zwierig walstempo in de balscène, en de hartstochtelijke passie werd nergens ‘over the top' uitvergroot. De kerk van Saas-Fee is geen "echte" concertzaal, en dus moet je bij het orkestrale geweld van de Heksensabbat heel goed doseren, en dat is precies wat Dmitriev deed: de instrumentale groepen heel fijngelaagd laten klinken, evenwichtig en met een weelde aan kleureffecten. De "marche au supplice" huiveringwekkend, in een heel natuurlijk en strak aangehouden tempo, maar binnenin zinderend van leven en zeggingskracht. Een héél sterke vertolking van deze symfonie!

De Duitse violiste Sophia Jaffé (° 1980) werd 3e laureaat tijdens de Koningin Elisabethwedstrijd 2005, en speelde in Saas-Fee het Concerto nr. 3 voor viool en orkest (1880) van Camille Saint-Saëns. Een sterke podiumprésence heeft ze, zonder uiterlijke allures of capsones, maar gewoon als muzikante: een heel krachtige, warme toon, vloeiend legato, en bijzonder grote souplesse. Je voelt geen moment dat het ‘moeilijk' zou kunnen zijn, dit concerto, omdat ze op technisch vlak meer dan reserve heeft... Van bij het openingsdeel Allegro non troppo was duidelijk dat zij deze Saint-Saëns niet benadert als een wat bleke, afgeborstelde classicist, maar als een volbloed romanticus die wel degelijk passie en tederheid verenigt. Ook het sierlijke Andantino werd niet week of sentimenteel vertolkt, maar met lieflijke grandeur. En de blazers van het orkest heel verfijnd in het heen en weer spelen van motiefjes tussen henzelf en de soliste. Tegen het einde begon ik te denken dat deze violiste nog een tikkeltje meer durf en speelsheid zou kunnen toevoegen, maar waarom eigenlijk? Het was sowieso een hartveroverende en uitmuntende vertolking.

Eliane Rodrigues dirigeerde de Oostenrijkse concertavond. Eerst de strijkersgroep van het Russische orkest in het lichtvoetige Divertimento van de 16-jarige Wolfgang Amadeus Mozart: vederlichte ritmische precisie in het Allegro, mooie contrastwerking ook, en een verfijnde strijkerscultuur die van zo'n jeugdwerk net méér maken dan vriendelijke verstrooiing. Het is intussen onmiskenbaar dat Eliane als dirigente door dit orkest au sérieux wordt genomen. Het levende contact tussen haar en de muzikanten is hoorbaar én zichtbaar, en dat werd op een overrompelende manier duidelijk bij de vertolking van het pianoconcerto nr. 20 van Mozart, een dramatisch geladen concerto in mineur. Eliane Rodrigues dirigeerde het orkest terwijl ze de pianopartij speelde, schijnbaar moeiteloos, maar met welk een concentratie, en wat een verbluffende karakterisering van alle emotionele registers van dit meesterwerk...

Na de pauze de beroemde symfonie nr. 8 "Unvollendete" van Franz Schubert. Ijzersterke muziek, die je op vele manieren kan inkleuren. Eliane Rodrigues koos (opnieuw) voor een zeer vloeiende aanpak, met constante aandacht voor de zangerige lijnen, de continuïteit in de onophoudelijke beweging. De stiltes in het Allegro moderato niet in de verf gezet als dreigende adempauzes, maar als vraagtekens, open en blank. Sommige dirigenten geven deze symfonie héél tragisch-dramatische contouren, leggen sterk de nadruk op hoekige ritmiek, kiezen voor een bijna agressief aandoende klankvorming. Rodrigues niet: haar Schubert-sound is afgerond, romig, minder op heftige contrasten gericht. De "Unvollendete" spreekt hier anders, ook in het deinende Andante con moto: "met beweging" dus, pulserend en ademend, als een rivier, "ein Bächlein"... Áls Schubert in deze mysterieuze onvoltooide symfonie een tragische toon wou aanslaan, dan was die hier onderhuids aanwezig, maar niet topzwaar of demonstratief. En het orkest verdedigde die keuze met briljante zwier en nauwgezetheid.

Even alert en op de tippen van hun stoel speelden ze tenslotte een reeks walsen en polka's van Johann Strauss junior, muziek die méér in zijn mars heeft dan de wufte charme van ‘Music for the Millions'. Strauss kon knap orkestreren, en zijn muziek blijft een betoverend weefsel van levenslust en melancholie. De ouverture tot "Die Fledermaus" bijvoorbeeld ís gewoon heel knap, en het is een kunst met grote K om ze te laten tintelen van begin tot eind. Dat is precies wat in Saas-Fee te horen was.

Voor de slotavond van het 8e festival kreeg Rusland het laatste woord. De subtiele Prelude tot de opera "Khovantshina" van Modest Moussorgsky als inzet, een stemmingsbeeld van een dageraad boven de rivier Moskva. De onvermoeibare Eliane Rodrigues dan als soliste in het eerste pianoconcerto van Sergei Rachmaninoff, een jeugdwerk eigenlijk (1892), maar later verbeterde hij het concerto grondig. Een kolfje naar de hand van Alexander Dmitriev die zijn orkest hier laat dansen en zingen in verrukkelijke kleuren, terwijl Eliane Rodrigues hier uitpakt met een volbloed romantische aanpak: de stevige klauw van volle akkoorden tegen het orkest op, net zo goed als de ragfijne lyriek van noten in zachte aquareltinten; en alles tussen beide in, van het brede openingsdeel over het Andante tot en met de Finale - Allegro vivace. Tegen het einde van zo'n festival heb je al véél gekregen, maar die laatste avond was gewoon ontroerend. Het St. Petersburg Filharmonisch Orkest offreerde tenslotte het ballet Petrushka van Igor Stravinsky, een mijlpaal in de muziekgeschiedenis, en nog altijd een stuk waar je nieuwe dingen in blijft ontdekken. Daar zorgde Alexander Dmitriev voor, met zijn orkest en pianist Nicolai Magará, in een spetterend vuurwerk van magie en motoriek, en met zo'n liefde voor de muziek dat je enkel kan verlangen dat de 9e editie van Música Romântica even mooi mag worden, of, wie weet, nóg mooier.