Pforzheimer Zeitung - 18 februari 2008

Pforzheim 15 februari 2008

Bij heel wat pianisten, zowel mannen als vrouwen, lijkt een muziekuitvoering vaak een klankgeworden versie van de oorspronkelijke partituur. De Braziliaanse muzikante Eliane Rodrigues, die momenteel in Nederland woont en lesgeeft aan het conservatorium van Antwerpen, is hierop een uitzondering. Deze aantrekkelijke virtuoze gaat resoluut haar eigen, heel persoonlijke weg.

De partituur is vaak louter een uitgangspunt voor een subjectieve, soms ook excentrieke omgang met de muziek. Bij Chopin of Liszt uit dat zich niet alleen in haar virtuoze techniek, maar ook in een emotioneel geladen, uiterst gesmaakte uitvoering van de composities. Voor Beethovens "Pathétique" kiest Rodrigues eerder voor het doorbreken van de sonatestructuur. Met voortdurende tempowisselingen, soms irriterende vertragingen en het benadrukken van nog nooit eerder op die manier gehoorde details, doorbreekt ze het bekende beeld van Beethoven radicaal. Het meest overtuigend slaagt ze daarin in het "Adagio cantabile" uit de "Pathétique", dat trekken krijgt van een spookachtig romantisch karakterstuk.

Bij Felix Mendelssohn Bartoldy benadrukt de sympathieke kunstenares, die op handen wordt gedragen door het publiek in de uitverkochte klantenzaal van de Pforzheimer Sparkasse, eerder de schitterende details dan de grote lijnen. Ook hier benut ze de dynamische contrasten en veelzijdige klanken van de muziek optimaal.
De klankcultuur die de Braziliaanse te bieden heeft, is echt verbluffend. Zelfs in de stille passages heeft de klank toch nog veel substantie. Door het ritmisch heel vrije, met veel rubato-effecten doorspekte spel van Eliane Rodrigues wordt Chopins Nocturne in b-Moll opus 9.1 een raadselachtig zwevende, nooit sentimenteel gerokken nachtmuziek. Ze speelt de As-Dur Walzer opus 34.1 machtig uit als "grande valse brillante" terwijl ze in de a-Moll-Walzer opus 34.2 de donkere kanten van de driekwartsmaat in de verf zet. Welk bereik de pianiste kan ontlokken aan de muziek van Chopin bewees ze met het frêle en zacht beginnende "Andante Spinato et Grande Polonaise Brillante", dat ze daarna met een opvallende kracht optilde tot uitzonderlijke hoogten.

Ze bewees zichzelf als doorgewinterde romantische kunstenares met haar eigen bewerking van de Prelude en fuga in G-groot BWV 541 (oorspronkelijk voor orgel) van Bach. Weliswaar vrijer dan bij vergelijkbare aanzetten bij Liszt of Busoni, die zich verdienstelijk hebben gemaakt met de bewerking van de orgelstukken van Bach voor piano, valt bij haar bewerking vooral de combinatie van gevoel voor toon en haar geweldig dynamisch bereik op. Bij "Danse Macabre" van Camille Saint-Saëns in de versie van Liszt met eigen "toevoegingen" van de pianiste is het volop genieten van de irrationele muziek.

Dat de temperamentvolle Braziliaanse een virtuoze van topklasse is, bewees ze nogmaals in de tweede ballade van List, die ze vertolkte met een treffende mengeling van pathos, als een hymne aanzwellende passages en een overweldigend doorgalmvermogen, waardoor ze dit stuk liet uitgroeien tot het absolute hoogtepunt van dit pianorecital.
Thomas Weiss - Pforzheimer Zeitung 18.02.2008