Karel Nijs

Het was wat jaren geleden voor me, maar de sfeer van Musica Romantica in Saas-Fee voelde gauw weer vertrouwd aan. Toeristen bezoeken overdag de repitities, laten zich verleiden om avondconcerten te beleven. De lokale bevolking is er ook, en lacht als je probeert ze te begroeten met "Guten Aubik mini Dame und Herre". En de spilfiguur blijft Eliane Rodrigues, die op maandag 7 augustus één avond gewoon mocht meeluisteren tussen het publiek. Ook het Staatsymfonisch Orkest van Sint Petersburg, met vele jongere musici nu, voelt zich hier al vele zomers thuis. Boeiend om te zien en horen hoe de toon, energie en speelstijl van dit orkest zich plooit naargelang de aanpak van diverse dirigenten.

Dirk Vermeulen vroeg en verkreeg een uitgepuurde en transparante klank voor Isoldes Liebestod van Wagner. Het extatische smachten naar de uiteindelijke vervulling van liefde, slot van zijn opera Tristan und Isolde, kreeg daardoor een meeslepende innerlijke gloed zonder enige zweem van bombast. De eerste violist van het orkest, Chingiz Osmanov, trad aan als solist in het vioolconcerto van Samuel Barber. Aan romantische melodieën geen gebrek, en het innige Andante met de dromerige inleiding van de hobo is een hartenbreker... als de spanning beheerst wordt opgebouwd, zonder sentimentele overdrijvingen. In dat concept vonden solist, orkest en dirigent elkaar wonderwel. Een populaire suite uit het ballet De Notenkraker van Tchaikovski kan iedereen als het ware meefluiten. Maar de kunst is om net die muziek toch ook zó geraffineerd te spelen dat je aandacht gespitst wordt naar de subtiele en speelse orkestratie die Tsjaikovski erbij bedacht. Daar maakte het orkest onder leiding van Vermeulen knap werk van. Zo wordt een ‘over-bekende' partituur toch een nieuwe belevenis.

Ook de Rhapsodie Espagnole van Ravel is veel meer dan de opzwepende Feria waarmee ze eindigt. Vermeulen bouwde een sensuele stoet van beelden en sferen op: het geheimzinnige parfum van de Prélude à la nuit, en de beheerste spanning van de Malaguena en Habanera. Elke frase en ieder detail afgewogen en toch vloeiend, met de vele verrassende dynamische schakeringen waar Ravel om vraagt, en met volledige concentratie en overgave bij alle solistische interventies uit het orkest. Net dié zinderende zorg voor detail en brede adem tegelijk, fascineerde het publiek. Enthousiast applaus lokte een herhaling van de Trepak van Tsjaikovski uit, met fonkelende levenslust bij het orkest tot de laatste noot.

Woensdag 9 augustus was helemaal gewijd aan Ludwig van Beethoven. Musica Romantica durfde de ‘hits' ontwijken, en drie minder gespeelde composities te kiezen. Beethovens haast onuitputtelijke vernieuwingsdrang is al voelbaar in zijn energieke tweede symfonie. Walter Proost dirigeerde vinnig en gedreven, het orkest volgde nauwgezet maar miste soms nog de ontspannen onstuimigheid waar de dirigent zichtbaar om vroeg. Daarna volgde de verrassing, want weinig mensen weten dat het populaire vioolconcerto van Beethoven ook bestaat in een versie voor piano en orkest. Een authentiek "zesde pianoconcerto" van Beethoven dus, met 12 bladzijden handschrift van de solo-cadens die aangevuld is met een merkwaardige rol voor de pauken. Meteen viel de betovering op in het samenspel van solist en orkest, gestuwd door de inspirerende cohesie waar Walter Proost voor zorgde. Zowel in de dansante hoekdelen als in het verdroomde larghetto, waar Eliane Rodrigues de piano even lyrisch en fluisterend wist te laten zingen als de viool in de oorspronkelijke versie.
Tot slot de zogenaamde "Koorfantasie" van Beethoven, een interessant curiosum (met ideeën die hij later hergebruikte in de finale van zijn 9e symfonie). Eliane Rodrigues en het orkest kregen hier het gezelschap van het koor Ex Tempore dat met een soepele en fraai gecultiveerde klank de avond tot een vrolijk swingend einde bracht. Als Beethoven sterk wordt vertolkt, ga je als luisteraar altijd met vernieuwde energie naar huis. Zo ook bij Musica Romantica.

Voor het slotconcert van 11 augustus zorgde het koor van Florian Heyerick samen met het orkest onder leiding van Eliane Rodrigues zelf. Een feestelijke mix van Elgar, Shostakovich en filmmuziek van John Williams, Joe Hisaishi en John Debney. Aan die bonte medley ging echter nog een krachttoer vooraf: Eliane speelde eerst als soliste het pianoconcerto in G van Maurice Ravel én dirigeerde daarbij tegelijk de complexe orkestpartij. Dat leverde extra concentratie en spanning op, zeker. Bovendien daalde Eliane, tussen de sprankelende hoekdelen in, af naar een betoverende verstilling in het beroemde Adagio assai. Zó sterk is haar expressie, zelfs op de rand van het hoorbare, dat zo'n eindeloos vloeiend moment lijkt te veranderen in een roerloos bergkristal. Of hoe omschrijf je een ervaring van poésie pure? Eliane schrijft zulke poëzie aan het klavier, puur en zonder woorden.