Brussel Bozar 7 november 2011

Het is altijd moeilijk en gevaarlijk om een beschrijving te geven van een muziekwerk van een zekere omvang na slechts één beluistering. Toch waag ik me eraan in de volle overtuiging dat ik dit steeds eerlijk en oprecht doe. Hier volgt dan de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie.

 Allegro.

Het concerto vangt aan met een paar akkoorden als een hommage aan Rachmaninov. De componiste bekent onmiddellijk tot welke periode zij wenst gerekend te worden, met name de Romantiek. Een zeer aangename vaststelling, want reeds jaren verwacht de muzikale wereld een hernieuwde aansluiting met deze periode. De concertgangers die steevast verklaren van klassieke muziek te houden, bedoelen dan de “Klassiek-Romantische” periode en Rachmaninov is een componist die romantische muziek schreef tot diep in de XXste eeuw.

 Na deze eerste noten, die in het lage register van de piano, staccato gehamerd werden - wat tevens de sonoriteit van dit prachtige instrument in het lage register aantoonde - bereiken we  echter veel te vlug een hoogtepunt. Hierna kan enkel een moment van bezinning volgen en dat gebeurt dan ook. Een nieuwe gedachte wordt voorgesteld door de piano, waarbij vooral de octaaf-schriftuur in de rechterhand een stijl idioom zal blijken te zijn, naast de regelmatig terugkerende staccato-bassen. Weer wordt een hoogtepunt bereikt en deze formule wordt een paar maal herhaald. Eliane kweet zich voortreffelijk van de moeilijke tussen-passages waar virtuositeit werd afgewisseld met langere pogingen tot romantische frasering. Deze beweging miste volgens mij structuur, uitdieping en een  open melodische opbouw. De romantiek werkt nu eenmaal met herkenbare thema’s en ontwikkeling. Het afwisselen van instrumenten en het gebruik van de eigen specificiteit ervan, waren echter wel zeer romantisch. De harmonisatie in de snaren eveneens. De korte solo-passages in de piano en het ontbreken van een echte cadenza, maakten dat het voor de soliste moeilijk was om haar stempel op het concerto te drukken.

 Adagio.

Het lang-gerekte adagio vertrekt van een puike vondst door de maatkeuze. Lang-kort-kort-lang met een accent op de eerste en de vierde tijd herinner ik me en zonder overtuiging zou ik hier een 4/4 de maat in durven herkennen. Verder wordt weer naar een romantische frasering gezocht. Sommige toehoorders bestempelden dit concerto, vooral door deze tweede beweging, achteraf als filmmuziek.

Ik zou eerder gewagen van filmische stijl-elementen. En dan nog iets: deze jonge componiste is een kind van de XXste eeuw. De eeuw van de film als nieuwe muze. Wat is er dan verkeerd met de extra-verbale taal van de film: die muziek is. Er bestaan weinig films zonder muziek. Zelfs documentaires behoeven muziek. Dus stop ermee met de filmmuziek uit de muziek te weren als iets onwaardigs. Dirk Brossé, John Williams en Nino Rota zullen me niet tegenspreken. In de Proms (de echte uit Albert Hall) werd dit jaar voor het eerst met een soort fun-proms begonnen en de film-muziek wordt er zeker niet geschuwd. Terecht.

 Finale. Allegro vivace.

Deze beweging beviel mij best en vooral vanaf de tweede gedachte. Hier klopt alles en bewijst de componiste haar métier. Een thema wordt vooropgesteld en uitgewerkt. De uitwerking is dan ook doorgecomponeerd, wat bij vorige gedachten te vlug verlaten werd. Er is nu een dialoog tussen orkest en piano. Het moet gezegd dat aan de body-language van dirigent, solist en orkest viel op te maken dat dit ook voor iedereen een geliefde passage is. Eliane werd gediend door een zeer alerte dirigent, die aan de basis van de dialoog lag. Een orkest ook dat meedenkt en uiterst gepast reageert op alle indicatoren uit de partituur.

Hubert Couteau
Cultuurprogrammator o.r.q.